CO2 uitstoot volgens Eucaris is bepalend voor BPM

13 aug CO2 uitstoot volgens Eucaris is bepalend voor BPM

Zeggen dat een ingevoerde auto middels chiptuning een lagere CO2 uitstoot heeft en daarom in aanmerking komt voor een lager bedrag aan af te dragen BPM is niet genoeg. Wanneer een belastingplichtige niet (meer) kan aantonen dat zijn BMW 530d daadwerkelijk schoner is en daardoor in aanmerking komt voor een lager BPM-tarief dan is een naheffing en hoger tarief gerechtvaardigd.

Een automobilist doet in maart 2012 BPM-aangifte in verband met de registratie van zijn nieuwe uit het buitenland ingevoerde BMW 530d Touring. De BPM die hij vindt dat hij moet betalen bedraagt € 13.028. Dat bedrag is voor € 8.328 gebaseerd op de catalogusprijs van de auto en voor € 4.700 op de in de aangifte vermelde CO2 uitstoot van 145 gram per km.

De belastinginspecteur is het daar niet mee eens en legt een naheffingsaanslag van € 3.740 op. De aanslag van de inspecteur is gebaseerd op een CO2 uitstoot van 165 gram per km. De inspecteur leidt dit getal afgeleid uit het Europees gegevensbestand met typegoedkeuringen (Eucaris) van auto’s.  De belastingplichtige automobilist zegt echter dat zijn auto voorzien is van een andere chip, waardoor de CO2 uitstoot  minder is en er dus een lager BPM-tariuef van toepassing zou moeten zijn.

Bewijs

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant, bestrijdt deze redenering niet. Echter de automobilist moet die lagere uitstoot dan wel kunnen aantonen. Volgens de automobilist is de auto bij invoer voorzien van een CO2 beperkende chip.  Hij kan dat echter niet meer bewijzen omdat hij zijn auto inmiddels heeft doorverkocht. Hij had het bewijs kunnen leveren via een keuring (art. 9 Wet BPM 1992). Noch de RDW noch de Belastingdienst is volgens de rechtbank verplicht om daar uitdrukkelijk op te wijzen in het kader van de registratie- en aangifteprocedure. Het beroep is ongegrond en de naheffing moet gewoon worden betaald.